Update over ons visum

Allereerst willen we iedereen bedanken die met ons meeleeft en mee bidt voor ons visum. Helaas hebben we hierover nog niets te melden. Jullie weten dat we een verkeerd traject zijn ingestuurd door een permanent visum aan te vragen.
Het had voldoende geweest als Bert zelf een werkvisum had aangevraagd waar Janne en ik dan op hadden kunnen “mee liften”, vooral ook omdat Bert officieel Janne’s curator is en zij dus als minderjarige met ons mee had kunnen gaan.

De voorzitter van het RKC in Nederland heeft contact opgenomen met de honorair consul van Namibië. Zij heeft zich in de zaak verdiept en ook overlegd met de Nederlandse consul in Namibië. Hun advies is om de aanvraag van het permanente visum in te trekken en alsnog te gaan voor een werkvisum voor Bert.
Ook kregen wij het telefoonnummer van een commercieel bemiddelingsbureau dat een goede ingang zou hebben bij Home Affairs.
Bert heeft direct contact opgenomen. We zouden worden teruggebeld die dag. Dat gebeurde niet, dus de volgende dag nog eens gebeld… en nog eens 5 keer. Nog steeds geen antwoord. Typisch Afrikaanse frustraties, maar het wekt bepaald geen vertrouwen.

Voor het aanvragen van een werkvisum hebben we de officiële papieren nodig zoals geboorteaktes, huwelijksakte etc. En natuurlijk onze paspoorten. En dat alles ligt bij Home Affairs; wij hebben alleen kopieën.
Als we die officiële papieren niet terug krijgen, zit er maar 1 ding op en dat is teruggaan naar Nederland om ze daar opnieuw aan te vragen. Volgens de regels zouden we dan in januari 2013 pas weer naar Namibië kunnen vertrekken, een omweg die maanden duurt en die we liever willen vermijden.
Dit heeft Bert uitgelegd in een “Letter of Motivation” die we op verzoek van de Chief Immigration zelf hebben geschreven, met daarbij het verzoek om onze papieren terug te geven. Die brief zou twee weken geleden in de commissie worden besproken maar we hebben nog niets gehoord.

Er is niets dat wij nog kunnen doen. We geloven dat het goed komt. Er zijn zoveel bevestigingen geweest dat we hier moeten zijn, dan zal God ook wel een oplossing geven.
En in die tussentijd willen we ons er ook niet meer zo door laten beheersen.
Nogmaals hartelijk bedankt voor jullie gebed. Zodra we meer weten, geven we dit door.

Soos een pa en ma

De meesten van jullie zijn op de hoogte over onze zorgen rond het visum, dus daar willen we het nu niet over hebben. Wel heel hartelijk dank aan iedereen die voor ons bidt. Dat ervaren we ook en we zijn er heel blij mee.

Ondertussen gaan we gewoon door. Gisteren hebben we als team een dag apart gezet om te brainstormen over de visie van het RKC voor de komende jaren. Tegen alle omstandigheden in blijven we geloven dat we het ook allemaal zullen meemaken.

Het is echt genieten om met de jonge mensen in het team samen te werken. Iedereen is zo verschillend, maar we vullen elkaar prachtig aan en als “de ouwetjes” hebben Bert en ik ook echt onze plek gekregen. En Janne is natuurlijk ook een onmisbare schakel… wie moet anders al die broodjes smeren en de was doen? Leuk om te zien dat met iedereen goed kan opschieten en zich prima op haar plek voelt.

Bert praat nu elke week met de mannelijke medewerkers. Gewoon discipelschap: luisteren naar ze, coachen en voor ze bidden is heel belangrijk. Een vader kennen ze meestal niet en al van heel jongs af aan zijn ze aan zichzelf overgelaten. Hier kom je generaties tegen die niet weten wat liefde is. Eén van onze medewerkers is 18 jaar en net vader geworden: een kind met een kind. Z’n jeugd was net zo liefdeloos als van anderen. Hijzelf weet amper hoe hij leven moet, laat staan hoe hij een echtgenoot en vader moet zijn.

Afgelopen maandag hadden we Volunteers’ Day – een dag met alle medewerkers van de Kidsclub. Ik mocht ze bemoedigen met een bijbeloverdenking in mijn beste Afrikaans. Na afloop heb ik aangegeven dat als ze eens willen praten, ze welkom waren. Dat wordt ook gedaan en dan hoor je zulke trieste verhalen. Wat een liefdeloosheid, wat een geweld en misbruik. Het enige dat je kunt doen is luisteren, er voor ze zijn en voor ze bidden. “Dankie toch, mevrouw Carla, u is net soos een ma vir ons. Nou het ons vrede en kan ons verder.”

Zelf voel je alleen maar machteloosheid tegenover alle ellende, die je ziet. En toch… het maakt verschil om hier te zijn, want het is Jezus die in ons woont en die Zijn liefde laat zien door ons heen. De nood kan je soms overweldigen. Gewoon maar een paar voorbeeldjes:

  • De kleine kinderen die langs de weg  aan hun laveloze moeder staan te trekken in een poging om haar thuis te krijgen.
  • De twee broertjes, amper 5 en 8 jaar, die zonder zorg van een volwassene in een blikkie wonen, want hun ouders zijn naar ‘de plaas’ vertrokken en ze hebben geen idee wanneer die terugkomen.
  • Het jongetje van een jaar of zes dat liever buiten op straat zwerft dan bij zijn dronken oma te blijven.
  • Het verstandelijk beperkte meisje dat zo agressief kan reageren. Ze is in het afgelopen jaar verschillende keren verkracht, omdat ze zo’n gemakkelijke prooi is en de politie er niets aan doet, zelfs al is de man op heterdaad betrapt.
  • De jongens die liever op de vuilnisbelt een gevonden potje mayonaise leeglikken dan naar school te gaan, want wat helpt het om te kunnen lezen als je niet verder kunt kijken dan je eten van vandaag?

 

 

Daarom weten we zeker dat we hier moeten zijn. Ook al missen we onze eigen kinderen, onze familie en vrienden…  dit is de plek waar God wil dat we Zijn liefde uitdelen, “soos een pa en ma.”

We willen deze mensen een hoopvolle toekomst geven en dat betekent: scholing en werkgelegenheid, maar wat nog veel harder nodig is, is dat zij leren leven met een diepe zekerheid dat er een God is die heel persoonlijk van hen houdt. Daarom zijn we hier.